Mediation vraagt meer dan alleen MfN erkenning
Een praktijkreactie op het pleidooi van MfN
Onlangs publiceerde de Mediatorsfederatie Nederland (MfN) een brief aan de informateur, waarin zij pleit voor één wettelijk kwaliteitsregister, een Orde van Mediators en een stevigere verankering van mediation in wet- en regelgeving. Een ambitieus en stevig stuk, geschreven vanuit het belang van mediation voor de samenleving.
Ik reageer hier niet als buitenstaander, maar als MfN-registermediator, én als scheidingsspecialist die al jaren dagelijks werkt met mensen bij wie het leven op zijn kop staat. Juist daarom schuurt deze brief bij mij. Niet omdat mediation geen erkenning verdient, maar omdat erkenning zonder realiteitszin het vak niet verder helpt en burgers mogelijk zelfs duurder uit zijn.
De aanleiding: het pleidooi van MfN
MfN schrijft onder meer:
“Eén wettelijk kwaliteitsregister voor alle mediators, zoals ook de advocatuur en het notariaat kennen, dat objectief, neutraal en niet commercieel is, aldus wildgroei voorkomt en bijdraagt aan kwaliteit en consumentenvertrouwen.”
En:
“Mediation is niet ‘leuk om erbij te hebben’, maar kan in het bestel als het ware de rol van huisarts vervullen.”
Dat klinkt mooi. En in de kern ben ik het daar ook mee eens. Maar wie de rol van mediation vergelijkt met die van de huisarts, moet óók durven kijken naar wat die huisarts in de praktijk mag, kan en doet. En daar begint het te wringen.
Ik werk in de praktijk – en die is weerbarstig
In mediationland zijn wij scheidingsmediators één van de grootste groepen mediators in Nederland. Wij werken op het snijvlak van recht, financiën en emotie. In de praktijk betekent dat:
- mensen willen weten wat ze na de scheiding overhouden in hun portemonnee;
- ze verwachten uitleg over alimentatie, wonen, pensioen en vermogen;
- ze willen begrijpen wat keuzes betekenen, niet alleen juridisch, maar ook praktisch.
Toch is het formele kader waarin familiemediators opereren opvallend smal.
Als scheidingsmediator mag je officieel geen “advies” geven. Alimentatieberekeningen maken? Kan. Maar meedenken over wat verstandig is terwijl mensen in scheiding in een rollercoaster zitten? Dat ligt gevoelig. Een convenant schrijven? Ja, maar daar wordt je bij de MfN niet op getoetst. Indienen bij de rechtbank? Dat moet via een advocaat.
En dat wringt. Want mediation is juist bedoeld om zelfregie mogelijk te maken. Die zelfregie veronderstelt inzicht. Informatie. Begrip. Zonder dat wordt het een papieren exercitie.
De advocaat als ‘noodzakelijke schakel’ tegen welke prijs?
In de huidige praktijk wordt de advocaat vaak alsnog aangehaakt voor indiening en controle. Op zichzelf is daar niets mis mee. Ik werk graag samen met kundige advocaten. Extra ogen kunnen waardevol zijn.
Maar wat nu gebeurt, is dat:
- de rol van de advocaat steeds zwaarder wordt gemaakt, door de jacht van de deken op de zogenaamde afhechtingsadvocaat,
- tarieven stijgen,
- terwijl de mediator feitelijk het inhoudelijke werk al heeft gedaan.
Voor cliënten is dat nauwelijks uit te leggen. Ze kozen bewust voor mediation om het anders te doen dan procederen. En krijgen alsnog te maken met extra kosten en extra stappen.
Als we écht af willen van het toernooimodel, moeten we durven erkennen dat mediation en belangenbehartiging verschillende vakken zijn. Dat een advocaat een uitstekende mediator kan zijn, staat buiten kijf. Maar het is niet automatisch hetzelfde beroep. En natuurlijk zijn er beginnende mediators die wel wat hulp kunnen gebruiken en advocaten die wat bij kunnen leren, maar daar zijn vast andere oplossingen voor te vinden.
Het blinde vlek-dossier: gesubsidieerde mediation
Dan is er nog iets wat in het MfN-pleidooi volledig ontbreekt: de betaalbaarheid en doelmatigheid van het huidige stelsel.
Vandaag de dag kunnen twee ouders met kinderen, met een gezamenlijk inkomen tot circa €90.000, gebruikmaken van gesubsidieerde mediation. De overheid betaalt mee, inclusief griffierecht. Ik gun mensen ondersteuning, absoluut. Maar in tijden van bezuinigingen mag je wél de vraag stellen: is dit logisch, uitlegbaar en doelmatig?
Zeker als tegelijk het systeem zo wordt ingericht dat:
- meer advocatenuren nodig zijn,
- meer controlelagen ontstaan,
- en meer uitvoeringskosten bij instanties als de Raad voor Rechtsbijstand.
Dat raakt niet mijn eigen belang als mediator. Het raakt het algemeen belang: betaalbare conflictoplossing, minder bureaucratie en een overheid die keuzes maakt die aansluiten bij de werkelijkheid.
Kwaliteit zit niet alleen in registers
Wat mij het meest stoort, is de suggestie – impliciet, soms expliciet – dat kwaliteit uitsluitend via één organisatie (het MfN) kan lopen. Ik ken uitstekende mediators die bewust geen MfN-lid zijn.
Dat maakt hen niet minder professioneel. Kwaliteit zit in vakkennis, ervaring, reflectie en verantwoordelijkheid, niet alleen in een logo of register.
Als MfN werkelijk het publieke belang wil dienen, dan zou zij óók die realiteit moeten omarmen.
Geloof in mediation
Ik geloof in mediation. Ik werk er elke dag met hart en ziel aan. Maar mediation wordt geen volwaardig beroep door vooral naar boven te kijken naar wetgeving, structuren en orden. Het wordt volwaardig als beleid, praktijk en betaalbaarheid met elkaar in balans zijn.
Erkenning is belangrijk. Realisme is onmisbaar.
En misschien is dat wel de belangrijkste vorm van professionaliteit die we onszelf kunnen aanleren.
Minder systeem, meer samenleving
Misschien vraagt de huidige tijd niet om nóg meer regels, orden en structuren, maar om iets anders: luisteren naar mensen die het werk doen. Professionals die dagelijks zien waar beleid werkt en waar het vastloopt.
Ook de overheid staat voor lastige keuzes. De portemonnee is niet oneindig (ook voor de belastingbetaler). Juist dan is het zaak scherp te kijken naar wat echt bijdraagt aan oplossingen, en wat vooral het systeem in stand houdt. Minder regels om de regels, meer vertrouwen in vakmanschap. Minder stapeling van controle, meer ruimte voor verantwoordelijkheid.
Mediation kan daarin een sleutelrol spelen, Niet als opgepoetst ideaal, maar als nuchter, menselijk en betaalbaar alternatief voor juridisering. Dat vraagt niet alleen erkenning op papier, maar durf om te vereenvoudigen. En oog voor de mensen voor wie het uiteindelijk bedoeld is: burgers die in conflict zijn, en professionals die hen begeleiden.
Als we willen bouwen aan een samenleving waarin conflicten sneller, goedkoper en menselijker worden opgelost, dan begint dat niet bij borstklopperij, maar bij realistisch beleid, vertrouwen en gezond verstand.
Wat wél kan werken en wat niet
Laat ik helder zijn: één wettelijk register en rechtstreeks toegang tot het recht voor mediators zijn wat mij betreft goede en noodzakelijke stappen. Dat vergroot duidelijkheid, vertrouwen en toegankelijkheid. Maar dan niet exclusief via één organisatie, en niet op een manier die mediation opnieuw duur en log maakt.
Als het register uitsluitend via MfN loopt, dreigt het risico dat:
- mediation alsnog wordt overgenomen door dure advocatenstructuren;
- eigen regie van partijen verdwijnt achter extra controles;
- kosten stijgen, terwijl mediation juist bedoeld is om die te beperken.
Ook advocaten zitten overigens niet te wachten op het steeds opnieuw controleren van werk dat door ervaren scheidingsmediators al zorgvuldig is gedaan. Dat is inefficiënt, kostbaar en slecht uitlegbaar aan cliënten.
Daarnaast verdient het systeem van gesubsidieerde mediation heroverweging. De vraag of ondersteuning nodig is, moet eerlijk worden gesteld, zeker bij inkomens die ruimte laten om een scheiding zelf te bekostigen. Daarbij komt dat mediators en advocaten het traject vaak volledig moeten voorfinancieren, terwijl betaling pas achteraf volgt. Het is dan ook niet vreemd dat veel mediators ervoor kiezen geen toevoegingszaken meer te doen.
Wie betaalbare conflictoplossing serieus neemt, moet durven kijken naar:
- eenvoud in plaats van extra schijven,
- vertrouwen in vakmanschap in plaats van wantrouwen,
- en doelmatigheid in plaats van systeembehoud.
Een goed register kan helpen. Maar alleen als het open, realistisch en praktijkgericht is en niet leidt tot precies datgene waar mediation ooit van weg wilde: juridisering, kostenstapeling en verlies van regie bij de mensen om wie het gaat.
Plaats een reactie:
Je moet ingelogd zijn op om een reactie te plaatsen.