Ga naar de inhoud

Het probleem zit niet altijd in de regels, maar in de grens

Toegang tot het recht waarborgen – maar waar ligt de grens?

Brandend lampje als symbool voor inzicht en kritische reflectie op toegang tot het recht en gesubsidieerde rechtsbijstand bij scheiding.
Miranda Boerkamp Geschreven door , laatste update: 05 februari 2026

In de plannen van de nieuwe coalitie wordt het expliciet benoemd:
toegang tot het recht moet worden gewaarborgd.
Griffierechten gaan omlaag, de sociale advocatuur wordt extra gefinancierd en het recht op een advocaat moet voor iedereen toegankelijk blijven.

Dat klinkt goed. Dat ís ook goed.
Maar juist omdat deze ambitie zo breed wordt gedeeld, is het tijd om één vraag hardop te stellen:

voor wie is die toegang bedoeld?

De grens ligt niet alleen in de regels, maar ook in het inkomen. Het probleem zit niet alleen in ingewikkelde procedures of onwerkbare wetgeving.
Het zit hier in de hoogte van de inkomensgrens.

Bij een scheiding wordt gekeken naar het inkomen per persoon, niet naar het gezamenlijke huishouden.
Wie individueel tot ongeveer € 50.000 bruto per jaar verdient, kan in aanmerking komen voor gesubsidieerde rechtsbijstand.

Dat betekent dat twee mensen -die uit elkaar gaan en kinderen hebben- ‘samen’ rond de € 100.000 verdienen,
beiden onder de grens kunnen vallen
en dus recht kunnen hebben op een toevoeging.

Formeel klopt dat.
Maar de vraag is of dit nog past bij het idee van een vangnet…..

Wanneer is subsidie nog noodzakelijk?

Gesubsidieerde rechtsbijstand is bedoeld voor mensen die het recht anders niet kunnen betalen.
Voor wie vastloopt. Voor wie geen alternatief heeft.

Maar bij deze inkomens gaat het naar mijn idee zelden om onvermogen.
Het gaat om verdeling, om timing, om rouw of dat iets nog niet is verdeeld of verrekend.

Dat maakt scheiden niet eenvoudig.
Maar het maakt het ook geen situatie waarin collectieve financiering vanzelfsprekend is.

De vraag is dus niet of scheiden ingrijpend is.
Dat is het altijd.
De vraag is of dit het punt is waarop de belastingbetaler structureel moet bijspringen.

Hoe groot is dit eigenlijk?

Jaarlijks maken ruim 270.000 mensen gebruik van gesubsidieerde rechtsbijstand.
Dat leidt tot ongeveer 395.000 toevoegingen per jaar.
In het personen- en familierecht, waaronder echtscheidingen, gaat het om tienduizenden toevoegingen.

Wat we níet weten:

  • hoeveel van deze mensen samen een hoog gezamenlijk inkomen hebben
  • hoeveel stellen bij scheiding of het uit elkaar gaan rond de €90.000 tot €100.000 verdienen
  • of die subsidie wordt ingezet als noodzaak of als standaard

Die afweging wordt simpelweg niet gemaakt.
Niet gemeten is ook niet gewogen.

De praktijk achter ‘toegang tot het recht’

Als cliënten recht hebben op een toevoeging en die nodig hebben, verleenen gun ik ze die.
Juist dan regel ik de scheiding in samenspraak, zorgvuldig en zoals zij dat willen.

Maar ook dát hoort bij het eerlijke verhaal.

Bij een scheiding op toevoeging:

  • betalen cliënten een beperkte, eenmalige eigen bijdrage
  • betalen zij minder griffierecht
  • en wordt het traject volledig begeleid

De vergoeding aan de mediator door de Raad voor Rechtsbijstand volgt achteraf,
pas nadat de scheiding door de rechtbank is uitgesproken.
Dat betekent dat er maanden wordt gewerkt voordat de betaling volgt aan de mediator, althans als het meezit.

Het is simpelweg hoe het systeem is ingericht.

Maar het laat wel zien dat toegang tot het recht geen abstract begrip is.
Het is een stelsel dat draait op keuzes, normen en grenzen.

Toegang vraagt om scherpte, niet om automatisme

Door de inkomensgrens zo hoog te leggen, wordt toegang tot het recht breed, maar ook diffuus.
Het onderscheid tussen noodzakelijke ondersteuning en algemene financiering vervaagt.

Misschien vraagt echte toegang tot het recht niet om steeds meer geld,
maar om een helderdere norm:

  • subsidie als vangnet
  • niet als vanzelfsprekendheid
  • en niet bij inkomens waarbij redelijke eigen verantwoordelijkheid mogelijk is

Kritisch kijken is geen hardheid

Dit is geen pleidooi tegen hulp.
Ook geen pleidooi tegen de sociale advocatuur of sociale mediation.

Het is een pleidooi voor helderheid.

Als de nieuwe coalitie zegt dat toegang tot het recht moet worden gewaarborgd,
dan hoort daar ook deze vraag bij:

Waar ligt de grens?

Zolang die vraag niet wordt gesteld,
blijft toegang tot het recht een goedbedoeld maar leeg begrip.

En misschien is het precies nu tijd om niet alles te blijven regelen en financieren,
maar weer durven kiezen.

Misschien mag de overheid ook eens naar haar eigen huishoudboekje kijken

Het gesprek over toegang tot het recht gaat vaak over meer geld, meer regelingen en meer financiering.
Maar zelden over de vraag die elke ondernemer dagelijks moet stellen:

wat kunnen we ons veroorloven – en wat niet?

In het bedrijfsleven is die vraag geen ideologie, maar realiteit.
Uitgaven zonder duidelijke noodzaak leiden niet tot mooie intenties,
maar uiteindelijk tot één ding: faillissement.

Misschien zou het de overheid sieren om vaker met diezelfde blik te kijken.
Niet alles wat wenselijk is, is ook houdbaar.
Niet alles wat kan, is verstandig.

Ik spreek hier niet als beleidsmaker, maar als ondernemer.
Na tien jaar werken is mijn kantoor aan huis eindelijk klaar. Nou ja bijna. Eerst weer wat verdienen of het af te maken.
Dat ging niet vanzelf.
Dat was geen subsidie, geen regeling, geen automatische voorziening.

Dat was bloed, zweet en tranen.
Keuzes maken. Dingen uitstellen. Investeren waar het echt nodig was.
En accepteren dat niet alles tegelijk kan.

Die realiteit herkennen veel mensen.
En juist daarom groeit de onvrede bij belastingbetalers.

Niet omdat zij geen solidariteit willen,
maar omdat zij zien dat er met publiek geld soms minder scherp wordt gekeken
dan zij dat zelf dagelijks moeten doen.

En ja, dit geldt ook voor mediation

Wat vaak onbenoemd blijft, is dat dit niet alleen speelt bij advocaten en procedures.
Ook mediation valt onder het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand.

Wie recht heeft op een toevoeging, kan die ook inzetten voor mediation bij scheiding.
Dezelfde inkomensgrenzen gelden.
Dezelfde individuele toets.
Ook hier kan dus sprake zijn van subsidie bij stellen met een gezamenlijk midden- tot hoog inkomen.

Daar worden zelden woorden aan gegeven.
De kernvraag bij sociale advocatuur/mediation die je nooit hoort is toch ook

Wanneer is publieke financiering een vangnet, en wanneer wordt het een vanzelfsprekendheid?

Juist omdat mediation draait om eigen regie en gezamenlijke verantwoordelijkheid,
is het logisch om ook hier kritisch te kijken naar de hoogte van de grens.

Niet om de toegang tot het recht te beperken maar om helder te blijven over waarvoor en voor wie we collectieve middelen inzetten.

En dan hebben we het nog niet over de ongelijkheid die kan ontstaan

Er is nog een kant die zelden wordt benoemd.

Het komt regelmatig voor dat bij een scheiding:

  • de ene partij wel recht heeft op een toevoeging
  • en de andere partij niet

Formeel is dat juist.
In de praktijk kan het de dynamiek volledig veranderen.

De partij met een toevoeging:

  • betaalt een geringe, eenmalige eigen bijdrage
  • loopt weinig financieel risico bij extra stappen
  • kan zonder directe kosten blijven procederen

De andere partij:

  • betaalt een advocaat of mediator per uur
  • ziet elke brief, elk overleg en elke procedure direct terug op de factuur
  • voelt de druk om toe te geven, te stoppen of zich terug te trekken

Wat bedoeld is als toegang tot het recht,
kan zo onbedoeld leiden tot een ongelijk speelveld.

Niet omdat iemand misbruik maakt.
Maar omdat het systeem verschillend doorwerkt.

Als procedures olie op het vuur worden

In plaats van rust en afronding kan dit leiden tot:

  • oplopende strijd
  • verharding van standpunten
  • procedures die langer duren dan nodig

Niet zelden wordt het juridische traject zo een machtsmiddel,
terwijl de ander vooral bezig is met het beperken van kosten.

Dat staat haaks op wat we met gesubsidieerde rechtsbijstand beogen:
toegang tot het recht zonder escalatie.

Ook hier speelt de grens

Ook dit probleem ontstaat niet door de regels zelf,
maar door waar de grens is gelegd.

Zolang die grens zo hoog ligt dat grote verschillen in financiering binnen één scheiding normaal zijn,
blijft dit een kwetsbaar punt.

Niet alleen voor partijen,
maar ook voor de kwaliteit en de rust van het scheidingsproces.

En wie betaalt, mag ook iets vinden

In dit hele verhaal ontbreekt vaak één stem:
die van de belastingbetaler.

De mensen die werken, bijdragen, afdragen
en steeds vaker lezen dat er opnieuw geld wordt vrijgemaakt
voor weer een regeling, weer een uitzondering, weer een verruiming.

De onvrede daarover groeit. En dat is begrijpelijk.
Niet omdat mensen geen solidariteit willen,
maar omdat ze willen weten waarvoor en waar de grens ligt.

Wie belasting betaalt, mag verwachten dat publieke middelen:

  • gericht worden ingezet
  • bij echte noodzaak
  • en niet automatisch meebewegen met elke privésituatie

Zeker niet als het gaat om situaties waarin draagkracht wél aanwezig is,
maar door het systeem buiten beeld blijft.

Luisteren naar wie werkt, betaalt én uitvoert

Misschien is het daarom tijd om beleid niet alleen te maken
in torens, nota’s en coalitieakkoorden,
maar samen met:

  • professionals uit het werkveld
  • burgers die door het systeem heen moeten
  • én burgers die het systeem financieren

Niet om toegang tot het recht af te breken.
Maar om het geloofwaardig te houden.

Want solidariteit werkt alleen
als mensen zich er nog in herkennen.

En toegang tot het recht waarborgen
betekent ook:
durven uitleggen waarom iets wordt betaald
en waarom iets niet.

Misschien begint goed beleid daar.

Het nieuwe scheiden vraagt ook om anders kijken

Bij het nieuwe scheiden hoort niet alleen een andere manier van uit elkaar gaan,
maar ook een andere manier van kijken naar verantwoordelijkheid.

Niet alles wat juridisch mogelijk is, hoeft automatisch collectief te worden gefinancierd.
Niet alles wat ingewikkeld is, vraagt om subsidie.
En niet elke scheiding is gebaat bij een systeem dat verschillen vergroot in plaats van rust brengt.

Anders kijken betekent ook:
eerlijk zijn over wat publieke ondersteuning is
en waar eigen draagkracht begint.

Juist omdat scheiden tegenwoordig vaker in samenspraak kan,
met mediation, overleg en regie bij partijen zelf,
mag ook de vraag worden gesteld: wanneer is hulp nodig, en wanneer is ze vooral gemakkelijk gemaakt?

Het nieuwe scheiden gaat niet over méér regels of méér geld.
Het gaat over bewuster kiezen.
En dat geldt niet alleen voor stellen die uit elkaar gaan,
maar ook voor het beleid dat daar omheen wordt gebouwd.

Gratis informatiegesprek aanvragen

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.
Miranda Boerkamp
Miranda Boerkamp

  • Volg ons via RSS:

Plaats een reactie:

Gerelateerde artikelen